|
|
|
|
||||||||
|
Politiek (in Dutch) |
|
||||||||
| Astronomy Home INAF CPO INAF Other Links Home Hans Cosmology (pdf) ATESP CO Seyferts Galaxy Profiles WENSS Personal CV Articles |
Hoe de politieke voorkeur veranderde in negentig jaar. Al heel lang vroeg ik mij af hoe de politieke voorkeur is veranderd in de loop der jaren. Je hoort vaak uitspraken als "Nederland verrechtst", maar hoe zit dat nou in werkelijkheid? Gelukkig is zo'n vraag tegenwoordig makkelijk te beantwoordern, met behulp van WIKIPEDIA, waarin alle tweede kamerverkiezingen op een rijtje te vinden zijn. Ik heb de gegevens vanaf 1922 tot en met 2010 verzameld. Eerder dan 1922 leek me niet zo zinvol, omdat de samenleving voor de eerste wereldoorlog toch wel heel anders in elkaar zat. Zo had je bijvoorbeeld nog geen algemeen kiesrecht. Een kleine toelichting: ik heb de begrippen links en rechts op de gebruikelijke moderne manier gehanteerd: ik heb dus zowel de liberalen als de christendemocraten bij rechts ondergebracht. Het CDA zal misschien moord en brand schreeuwen ("wij zijn niet rechts maar christelijk sociaal"), maar ik heb ze zonder pardon bij rechts ingedeeld, waar ze horen. Dat coalities tussen PvdA en CDA centrum-links werden genoemd verandert daar niets aan. Bovendien, die coalities zijn, als je even afziet van de na-oorlogse periode met Drees, altijd moeizaam geweest en voor hun tijd gestruikeld; denk maar aan het kabinet Cals (nacht van Schmelzer), het vechtkabinet Van Agt-Den Uyl, en het treurige geval Balkenende-Bos. Het kabinet Den Uyl valt er een beetje buiten, omdat het, via de "inbraak" bij de KVP en de AR, bijna geheel links, sociaal-democratisch, was. Wat is er in de periode 1922-2010 veranderd? Je wordt al gauw op het verkeerde been gezet vanwege de verschillende benamingen. De vooroorlogse SDAP is bijvoorbeeld duidelijk de voorganger van de PvdA, al wil men ons doen geloven dat de PvdA (net als de VVD) iets heel nieuws was (de "doorbraak"); denk ook aan het CDA dat formeel pas bestaat sinds eind jaren zeventig. Ik heb al die subtiliteiten maar laten zitten en zonder mededogen bepaalde partijen bij elkaar opgeteld (zoals KVP, ARP, CHU), maar ook CPH/CPN, PSP; Groen links, SP. Alleen in de vierde en laatste figuur heb ik Groen Links en D'66 apart bekeken vanwege paars en paars-plus. Ook de protestpartijen die feitelijk buiten de algemeen erkende stromingen (wat we nu de "elite" noemen) vallen heb ik op een hoop gegooid: NSB, Boeren, CD, CP, Fortuyn, PVV. Ik haast mij te zeggen dat ik niet vind dat al die partijen eigenlijk hetzelfde zijn, ze hebben alleen maar gemeen dat ze door de "nette" politieke partijen niet in beschouwing worden genomen. Ik geef eerst een grafiekje waarop ik de globale verandering van links en rechts laat zien. Het CDA is dus ingedeeld bij rechts (en ook de SGP), maar de protestpartijen zijn niet meegerekend.
Het is aardig (vind ik tenminste) om te zien hoe rechts gezakt is van rond de 70% in 1922 tot minder dan 40%, terwijl links is opgelopen van 20% tot iets meer dan 40%. De twee lijnen zijn redelijk monotoon, en we zullen in de komende twintig jaar zien of deze trend zich nog voortzet. Voor alle duidelijkheid: in deze grafiek en ook in de volgende tellen de getoonde curves niet noodzakelijkerwijs op tot 100% (zoals je zou verwachten voor bijvoorbeeld links plus rechts), omdat ik niet de incidentele partijtjes heb meegenomen die meestal beneden de kiesdeler blijven, maar bij elkaar opgeteld een significant percentage kunnen vertegenwoordigen. Hun belang is over het algemeen heel klein, al heeft de Christen Unie wel meegedaan aan de regering Balkenende-Bos. Wat betreft rechts zou de neergang kunnen voortduren als het fenomeen van de protestbewegingen doorzet; op grond van extrapolatie zouden die in de komende 10 jaar tijd naar zo'n 30% kunnen oplopen. Totaal links is onduidelijker, want er lijkt, na een gestage groei vanaf 1922 tot ongeveer 2000 een afvlakking of zelfs vermindering te zijn ingezet. De groei van links is geheel te danken aan de opkomst van nieuwe bewegingen ter linkerzijde van de PvdA: eerst PSP, PPR, sinds midden jaren zestig ook D'66 en, recenter, de SP. We kunnen die trends wat beter volgen als we in detail kijken naar grafieken van verschillende belangrijke stromingen: de sociaal democratie, de confessionelen (zonder de kleine calvinistische partijen die eigenlijk altijd een randverschijnsel zijn geweest), de liberaal-conservatieven en uiterst links. Opvallend is de spectaculaire afname van de christen-democraten die tot een halve eeuw geleden rond of boven de 50% lagen (alléén, zoals ook in veel andere landen in Europa gebruikelijk was, zie [West-]Duitsland). De vrije val begon na 1965 ("nacht van Schmelzer"?), en duurde ongeveer 10 jaar. Daarna werd het CDA gevormd, als samensmelting van KVP, ARP en CHU en werd de afkalving tijdelijk tot staan gebracht, door het "Lubbers-effect", een piek in de jaren '80, en het "Balkenende-effect" tijdens de Fortuyn-troebelen. Toch kun je zeggen dat na de jaren '90 het verval weer op gang is gekomen, met als voorlopig dieptepunt de ongeveer 13% in 2010.
Ook andere speciale periodes zijn gemakkelijk terug te vinden: de PvdA heeft een nooit meer overtroffen top in 1977 (Den Uyl), en een spectaculair dieptepunt na 2000 (de Melkert/Fortuyn catastrofe), waarvan de PvdA zich trouwens niet meer geheel hersteld heeft. Het lijkt me opmerkelijk dat de PvdA in 2010 weer terug is op het niveau van de SDAP in 1922, en in de tussentijd meestal tussen de 20 en 30% van de stemmen kreeg; nooit is de sociaal-democratie boven de 35%, laat staan 40%, gekomen, en dit is in duidelijke tegenstelling tot Duitsland, Engeland, Frankrijk en de Scandinavische landen. Ook de liberalen hebben nooit spectaculaire sprongen gemaakt, al is er wel sinds na de oorlog een significante (hoewel in absolute aantallen niet zo heel grote) groei van ruwweg 10 tot 20% (relatief wel een verdubbeling natuurlijk). Er moet wel bij gezegd worden dat, als je afziet van een beetje ruis, het niveau van 20% al bereikt werd rond 1970/1980. Sindsdien is de VVD stabiel gebleven. Dus de overwinning van Rutte is in dit perspectief zeer klein bier. Na de enorme daling van de Christen-democraten is de duidelijke groei van alternatief links na 1990 het meest opvallend. Dit heeft ongetwijfeld te maken met de ontzuiling, die veel stemmen heeft vrijgemaakt voor niet-religieuze partijen, die bijna allemaal links van de PvdA zijn te situeren (behalve misschien D'66). Je ziet dus vooral de grote sprong van de SP terug, die er voor zorgt dat alternatief links ook tot ongeveer 20% is opgelopen. De bovenstaande twee grafieken laten keurig zien dat links en rechts zijn geconvergeerd naar ieder 40%, maar dat er intern zowel binnen links als rechts twee stromingen zijn met de ieder helft (20%) van de stemmen. Geen wonder dat het na 2000 steeds moeilijker is geworden om stabiele regeringen te vormen: ruwweg vijf politieke richtingen met ieder 20% (de vijfde loot aan de stam heet op dit moment PVV). Deze moeilijkheid om een meerderheidsregering te vormen valt direct op te maken uit de volgende grafiek. Na de tweede wereldoorlog is Nederland vaak geregeerd door een centrum-linkse coalitie van PvdA en CDA (KVP+ARP+CHU), en zo'n coalitie was wat de zetels in het parlement betreft een fluitje van een cent, want tot 1960 kon deze combinatie rekenen op bijna of zelfs meer dan 80% (!).
Waarom duurden de informaties en formaties van dergelijke regeringen dan vaak zolang? Dat had niets met de getalsverhoudingen te maken, maar met de machtsstrijd die eerst moest worden uitgevochten tussen de partijen, vaak ook intern tussen partij-facties. Een centrum-rechtse coalitie was ook altijd met gemak mogelijk, al had die altijd wat minder aanhang in het parlement. Dit ging nog goed tot de jaren zeventig/tachtig (Van Agt-Wiegel), maar na 1990 was centrum-rechts te verzwakt. Inmiddels zijn zowel centrum-links als centrum-rechts ver beneden de 50% gekomen, en dus zijn we in de aap gelogeerd: wat te doen? In 2010 moeten er andere oplossingen gezocht worden, en enkele van die mogelijkheden zijn na de verkiezingen van 2010 de revu gepasseerd, zoals oranje (CDA+PvdA+VVD, de drie oude en bijna exclusieve stromingen van weleer). Oranje is weggezakt van 90 %(!!) van voor 1960 tot net boven de 50 % nu, en blijft dus een mogelijkheid. Wel een rare mogelijkheid naturlijk, en het heeft de geur van het oude establishment dat de macht niet kwijt wil. Een andere combinatie, die zelfs een tijd lang het land geregeerd heeft is paars (PvdA, VVD, D'66), maar ook die is dik onder de 50% gezakt. Paarsplus, dat in juli 2010 werd onderzocht, is mogelijk maar is natuurlijk een krankjoreme combinatie die niets meer met politieke opvattingen te maken heeft. Het gaat blijkbaar alleen nog om de macht van het establishment in stand te houden (Groen Link hoort daar tegenwoordig ook bij dunkt me). Uit het plotje kun je zien dat paarsplus waarschijnlijk een gelegenheidscombinatie is en een volgende keer met gemak beneden de 50% kan komen; in feite was dit al zo in de peilingen, een maand na de verkiezingen van 2010; hetzelfde geldt voor oranje! Anno 2010 gaat het er blijkbaar alleen maar om om de PVV buiten de deur te houden. Als je naar (oud) centrum-rechts plus PVV kijkt dan is het volkomen duidelijk dat de neergang van centrum-rechts wordt gecompenseerd door de opkomst van de PVV. Er zal wel een of andere combinatie worden gevonden die een regering kan vormen, maar het doet er eigenlijk nauwelijks toe welke (oranje, paarsplus,rechts), want Nederland is op dit moment niet meer regeerbaar via een stabiele meerderheid in het parlement, en ook al hoeft zo'n regering niet meteen te vallen, de daadkracht zal nul zijn, vanwege de enorme politieke verschillen die er per definitie zullen zijn. Het ziet er uit dat de instabiliteit alleen maar groter zal worden, dus is het een mysterie hoe dit in de toekomst gaat aflopen. Een interessante puzzel, maar misschien zonder oplossing.
|
|
||||||||
|
Hans de Ruiter, INAF - Istituto di Radioastronomia Via Gobetti, 101, 40129 Bologna, Italy
|
||||||||||